Vlokkentest

Het onderzoek

Voor dit onderzoek nemen we een beetje weefsel af van de moederkoek (placenta) uit uw baarmoeder. Dit gebeurt op de polikliniek. Dit weefsel ziet er vlokkig uit, vandaar de naam vlokkentest. We kunnen het weefsel op twee manieren afnemen: via de buikwand of via de vagina. De keuze voor de benadering via de buikwand of vaginaal wordt bepaald door de positie van de placenta in de baarmoederholte en door de ligging van de baarmoeder. De gynaecoloog die de ingreep verricht, zal op het moment van de ingreep bepalen welke techniek (via de buik of via de schede) de voorkeur heeft. De vlokkentest voeren we meestal uit vanaf dat u 12 weken zwanger bent. Het onderzoek duurt ongeveer 10 minuten. Een verdoving voor het onderzoek is niet nodig. De meeste vrouwen ervaren het onderzoek niet als pijnlijk. Uw partner of iemand anders kan bij het onderzoek aanwezig zijn.

 

Buikwand- of vaginaal onderzoek

Via de buikwand nemen we het weefsel af met een naald. Met een echoapparaat bepalen we de juiste plaats om de naald in te brengen. Terwijl u op de onderzoeksbank ligt wordt met de echo de plaats van de moederkoek bepaald. Vervolgens wordt de buik gedesinfecteerd met een alcoholoplossing. Hierna wordt op geleide van de echo een dunne naald door de buikhuid en buikwand heen tot in de placenta gebracht. Met behulp van de naald worden vlokken opgezogen. Dit kan een menstruatieachtig gevoel geven.

Om het weefsel af te nemen via de vagina, gebruiken we een dun tangetje. We brengen een speculum (eendenbek) in terwijl u op een gynaecologische onderzoeksstoel ligt. De schede wordt gedesinfecteerd met een jodiumoplossing. Op geleide van de echo wordt het tangetje via de baarmoederhals naar de placenta gebracht. Met behulp van het tangetje worden enkele vlokken weggenomen.

Tijdens het onderzoek worden slechts een paar vlokken (20-50mg) van de moederkoek weggenomen. Hierna wordt direct gecontroleerd of er voldoende vlokken verkregen zijn. Indien er te weinig materiaal verkregen is, kan het nodig zijn een tweede maal wat weefsel af te nemen. 

Na het onderzoek 

Vrouwen met een Rhesus-negatieve bloedgroep krijgen gelijk na het onderzoek een injectie met anti-D om Rhesusproblemen te voorkomen.

Na een uitwendige vlokkentest hebben sommige vrouwen gedurende de dag van het onderzoek een gevoelige onderbuik. Na een inwendige vlokkentest hebben de meeste vrouwen gedurende enkele dagen wat vaginaal bloedverlies. Dit is meestal minder of vergelijkbaar met een menstruatie. U wordt geadviseerd de dag van het onderzoek rustig aan te doen. Hiermee bedoelen we dat u naar huis gaat en daar de rest van de dag op de bank door brengt. De dag na het onderzoek kunt u uw dagelijkse bezigheden weer hervatten, Bij koorts, vochtverlies of bloedverlies na een uitwendige vlokkentest, hevig bloedverlies na een inwendige vlokkentest en/of hevige buikpijn dient u contact op te nemen met uw verloskundige of gynaecoloog.

De uitslag

Doorgaans voeren we een vlokkentest uit rond de twaalfde zwangerschapsweek. Bij de snelle QF-PCR test is de uitslag na drie dagen al bekend. Indien er een karyogram of een CytoScan HD array wordt verricht, is de uitslag na twee respecievelijk na drie weken beschikbaar. Informeer vóór de vlokkentest bij uw verloskundige, huisarts of behandelend arts hoe en wanneer u de uitslag krijgt. 

 

Betrouwbaarheid 

De betrouwbaarheid van de vlokkentest is hoog. De cellen in het vlokkenweefsel hebben in 98 tot 99% van de gevallen dezelfde chromosoomsamenstelling als de cellen van uw ongeboren kind. Deze cellen kunnen we onderzoeken op afwijkingen aan de chromosomen. In 1-2% van de testen is er echter geen of een onduidelijke uitslag. Dan kan het nodig zijn om een tweede vlokkentest of een vruchtwaterpunctie te doen.

Chromosoomafwijking

Als uit de uitslag blijkt dat uw kind een chromosoomafwijking heeft, krijgt u een afspraak met uw gynaecoloog, een klinisch geneticus of een andere kinderspecialist. U hoort dan wat de aandoening van uw kind inhoudt, wat de gevolgen zijn en wat voor behandeling na de geboorte mogelijk is. Afhankelijk van de aard van de aandoening en van de zwangerschapsduur, informeren we ook of u de zwangerschap wilt uitdragen of beëindigen. Een maatschappelijk werkende kan u begeleiden bij het maken van uw keuze. Zij is er ook voor u tijdens het vervolg van uw zwangerschap. Indien u besluit de zwangerschap te beëindigen vindt de bevalling plaats in het ziekenhuis. Hierbij worden er vaginaal tabletten ingebracht om de vroegtijdige bevalling op te wekken.                    

Moeilijke beslissing

Een vlokkentest doen we vrij vroeg in de zwangerschap. Soms vinden we hierbij een chromosoomafwijking en moet u beslissen of u de zwangerschap wilt beëindigen. Dit terwijl een chromosoomafwijking vaak enkele weken later in een spontane miskraam eindigt. Zo’n miskraam had u een moeilijke beslissing bespaard. Hier staat tegenover dat de oorzaak van een miskraam soms onduidelijk blijft. De oorzaak kan veel zeggen over de kans op meer miskramen bij toekomstige zwangerschappen.

Print   |   Verstuur   |   © 2009-2010 NPDN
Design and CMS by Easy-Changer.Com